Visuele screening

Er zijn kinderen, waarbij de leerproblemen niet zozeer te maken hebben met een stoornis in de hersenen, maar met een storing in de verwerking van informatie die via de ogen binnenkomt.

Scherp zien is iets anders dan goed zien. Scherp zien is op een eenvoudige manier te meten bij een oogarts of een opticien. Goed zien is een ander verhaal. Scherp zien is daarbij belangrijk, maar het is ook belangrijk dat de ogen goed kunnen volgen, richten en samenwerken.

In de zoektocht naar mogelijke oorzaken van leerproblemen is het aan te raden om ook eens te kijken naar de visuele waarneming.

Via de ogen komt visuele informatie binnen en worden lichtprikkels omgezet in zenuwimpulsen. De zenuwimpulsen worden doorgestuurd naar specifieke gebieden in de hersenen die het mogelijk maken om te zien. Is er een verstoring in die waarneming, dan kunnen er problemen ontstaan op het leergebied van kinderen. Denk hierbij aan lezen, rekenen, ruimtelijk inzicht en het begrijpen en verwerken van informatie.

De ogen nemen afzonderlijk waar. Wat de ogen afzonderlijk zien, moet samenvloeien tot een beeld, het zogenaamde fixeren. Als je ergens naar kijkt, is het dus belangrijk dat beide ogen goed samenwerken om tot een beeld te komen. Soms werken de ogen niet goed samen, kunnen de ogen niet goed richten, of gaat er iets verkeerd in de communicatie tussen de ogen en de hersenen. Dan is er sprake van fixatie disparatie. Fixatie disparatie kan visuele informatie laten vervormen. Een kind kan bijvoorbeeld dubbel zien, of het kind ziet dansende letters. Lezen en schrijven wordt op deze manier wel heel lastig.

Tot op heden wordt er in het onderwijs helaas nog te weinig rekening mee gehouden dat er een verband kan zijn tussen de visuele informatieopname en lees-, spellings-, en concentratieproblemen.

Begeleiding

KindinPerspectief kan met een uitgebreid visuomotorisch onderzoek uitzoeken hoe goed de ogen functioneren. Ik kijk dan naar de stand van de ogen, de werking van de oogspieren, het dieptezicht, de oogsamenwerking, oogsprongen, oogvolgbewegingen, richten van beide ogen, de ooghandcoördinatie en oogreflexen.

De oogfunctie wordt onder andere getest met behulp van een bioptor. Met de bioptortest wordt het richten van de ogen en de oogsamenwerking getest en eventuele visuele problemen worden in kaart gebracht.

Niet alleen fixatie disparatie kan hiermee worden aangetoond, maar ook andere oorzaken van – aan visuele waarneming gekoppelde – leerproblemen kunnen hierdoor naar boven komen. Fixatie disparatie veroorzaakt op zichzelf geen dyslexie, dyscalculie of dysorthografie. Het kan deze problemen wel vergroten of verergeren.

Bij KindinPerspectief wordt er breed gekeken naar de achterliggende oorzaken van een probleem of problemen. Zijn er visuele problemen dan kan uw kind oefeningen krijgen voor bijvoorbeeld het volgen, richten en samenwerken van de ogen. Door visuele training kan de oogsamenwerking verbeteren, de leesinspanning verminderen en zal er minder snel vermoeidheid optreden.

Maar goede oogbewegingen maken je niet vanzelf een goede lezer. Een opgelopen leerachterstand verdwijnt niet door visuele training of bijvoorbeeld door gebruik van een prismabril. Als het nodig is zullen er, naast visuele training, ook andere hulp en methoden ingezet worden om de ontwikkeling van uw kind te optimaliseren.v-s-t-cnls-3ster