Wat is INPP en Neuro-ontwikkelingsvertraging

De INPP-methode is ontwikkeld door Dr. Peter Blythe. Peter Blythe richtte in 1975 het Instititute for Neuro-Physiological Psychology (INPP) op in Chester. Blythe onderzocht of kinderen eigenlijk wel de gereedschappen in huis hebben om te doen wat er van ze gevraagd wordt. Hij kwam erachter dat er soms nog fouten in hun systeem zitten, waardoor zij veel moeite hebben met het doen van bepaalde taken. Blythe keek hierbij vooral naar de rol van afwijkende reflexen.

Bij de geboorte heeft een baby nog geen controle over zijn/haar lichaam. De baby reageert op prikkelingen met primitieve reflexen. Dit zijn automatische, stereotiepe bewegingen die worden aangezet door de hersenstam (het laagste, meest primitieve gedeelte van de hersenen). De primitieve reflexen verzorgen de overlevingsfuncties die nodig zijn in de eerste maanden van het leven.

In de eerste zes maanden, als het kind begint te groeien en ontwikkelen, ontwikkelt ook het centrale zenuwstelsel zich. Hogere, meer geavanceerde delen van de hersenen beginnen functies over te nemen van de primitieve reflexen. Dit proces zorgt ervoor dat vroege overlevingspatronen onder controle gebracht worden van een hoger deel van de hersenen. Hierdoor ontstaat een meer ontwikkeld patroon van reageren, de zogeheten posturale reflexen.

Posturale reflexen worden gestuurd door de kleine hersenen. Later worden de bewegingspatronen aangepast op de taak die volbracht moet worden. U kunt dit vergelijken met leren autorijden. Tijdens de eerste les rijdt u op de grote hersenen. U moet over elke handeling nadenken. Nadat u ervaring heeft verkregen met deze handelingen, worden deze geautomatiseerd in de kleine hersenen. Daardoor hoeft over deze eenvoudige handelingen niet meer na te denken.

Pas wanneer de posturale reflexen de primitieve reflexen gaan vervangen begint de baby controle te krijgen over zijn lichaam en lichaamsbewegingen. Een kind met hersenverlamming maakt nooit de overgang van primitieve naar posturale reflexen, waardoor de bewegingen onwillekeurig en ongecontroleerd zullen blijven. Bij een normale ontwikkeling vindt de overgang van primitieve naar posturale reflexen tijdens het eerste levensjaar plaats. De primitieve reflexen vormen zo het fundament voor de posturale reflexen en voor onze motoriek.

Bij sommige kinderen zal in de eerste zes maanden van hun leven de volledige controle over de primitieve reflexen tekort schieten. Hierdoor blijven sommige primitieve reflexen aanwezig en kunnen de posturale reflexen zich niet volledig ontwikkelen.

Deze kinderen hebben veelal moeilijkheden met willekeurige bewegingspatronen. De kleine hersenen hebben onvoldoende geautomatiseerde bewegingen om het lichaam goed aan te sturen, waardoor het lichaam onder de invloed blijft van onwillekeurige reacties. De motoriek van deze kinderen wordt als lomp of als houterig omschreven.

Aanwezig gebleven primitieve reflexen zullen de zintuiglijke percepties van het kind ook aantasten, waardoor hij/zij overgevoelig wordt in sommige gebieden en ondergevoelig in andere.

Dit heeft niet alleen effect op de armen en benen, maar ook op het functioneren van het oog, de visuele perceptie, het evenwicht en de verwerking van geluiden. Alles kost meer moeite en het kind raakt ook sneller vermoeid. Sommige kinderen proberen dit te voorkomen door zich terug te trekken. Winkelen of wandelen is voor deze kinderen vaak een beproeving. Als de ouders stil staan bij een winkel, dan zal het kind willen gaan zitten of liggen. Tijdens het wandelen wil hij vaak gedragen worden, of kan hij alleen maar rennen.

Het is daardoor ook eigenlijk niet verwonderlijk dat deze kinderen problemen op school ondervinden, of dat sommige volwassenen de stress niet aankunnen en vaak te heftig reageren.